Museum Weert over Johnny Hoes stap dichterbij

Archieffoto Foto: Jeroen Kuit

Met de oprichting van de stichting Cultureel Erfgoed voor Johnny Hoes is een museum over de Weerter muziekproducent en zanger een stap dichterbij gekomen.

Het museum, dat Johnny Hoes Experience gaat heten, zou in de huidige Telstar Studio’s aan de Uilenweg in Weert ondergebracht worden.

Initiatiefnemers zijn onder anderen Adri-Jan Hoes, de zoon van Johnny, en Willie Oosterhuis, presentator en organisator van het Mega Piraten Festijn. "Met het museum willen we het erfgoed van Johnny Hoes levend houden en toegankelijk maken”, zegt Oosterhuis.

"Hoes heeft ontelbare Nederlandse en Belgische artiesten groot gemaakt. Van Doe Maar , Normaal, Rob de Nijs tot Massada, Classics, Heikrekels en Blue Diamonds. De man zou op een gemeentelijke erfgoedlijst van Weert moeten komen. Weert heeft met Johnny Hoes goud in handen. Waardevoller dan de vlaai waar Weert zich nu mee probeert te onderscheiden. Overal kun je vlaai krijgen, maar Johnny Hoes is eenmalig. Dat moet je als stad helemaal uitbuiten.”

Bedruipen
Een museum over Johnny Hoes zou zichzelf kunnen bedruipen, stellen Adri-Jan Hoes en Oosterhuis. Volgens Oosterhuis kost het „enkele tonnen” om het gebouw aan de Uilenweg in te richten en geschikt te maken voor publiek.

"We verwachten vele bezoekers uit Nederland en België”, zegt Adri-Jan Hoes. "Mijn vader was in beide landen bekend. Bovendien denken we dat veel bezoekers van Weerterbergen een bezoek zullen brengen aan Johnny Hoes Experience. Schoolklassen zouden er een dagprogramma kunnen draaien, waarbij ook echt een plaat wordt opgenomen en geproduceerd. Ze kunnen ook zelf een hoesje ontwerpen en drukken. Verder hebben we plannen een Johnny Hoes café op te zetten, waar louter muziek van artiesten van mijn vader te horen is.”

Exploiteren
Wethouder Geert Gabriëls, waarmee Hoes en Oosterhuis inmiddels een gesprek hebben gehad, ziet een Johnny Hoes Experience wel zitten.  "Een museum in deze trant vinden we super”, zegt hij. "Maar we gaan het als gemeente zeker niet zelf exploiteren. Als de initiatiefnemers met een concreet plan komen, zullen we kijken hoe we er medewerking aan kunnen verlenen. Ze zijn eerst zelf aan zet. Ze zouden kunnen starten door het pand een keer per week of maand open te stellen om te kijken of er interesse is. Financieel gaan we er zeker geen grote bedragen aan besteden. Maar als er fondsen en sponsoren zijn en er is nog een klein bedrag nodig, dan hoort een bijdrage tot de mogelijkheden als de gemeente daar baat bij heeft.”

 

Door Leon Janssen