Wonen

Miniwoningen voor de ‘net niet-generatie’

Afbeelding: Heijmans

Het aantal eenpersoonshuishoudens groeit jaarlijks met 30.000. Veel singles zijn op zoek naar compacte, betaalbare huizen. Projectontwikkelaars duiken in de markt van miniwoningen voor de ‘net niet-generatie’.

Een paar maanden geleden zat ze nog bij haar ouders. Maar inmiddels woont de 23-jarige Nina Lenting (zie coverfoto op pagina A11) in haar eigen miniwoning in Breda. Slechts veertig vierkante meter heeft ze tot haar beschikking, maar klein voelt het voor haar niet. „Dit weekend zijn er nog vier vrienden blijven logeren.”
De verplaatsbare ‘ONE-woning’ is een concept van bouwbedrijf Heijmans, dat de Nina Lentings van Nederland rekent tot de ‘net niet-generatie’. Goed opgeleid, tussen de 25 en 35 jaar oud, eerste baan, alleenstaand. Van deze mensen telt Nederland er in 2050 zo’n 700.000. Ze verdienen te veel voor sociale huur en te weinig voor de vrije sector. Ook krijgen ze niet gemakkelijk een hypotheek.

Ik heb me opgegeven als proefbewoonster


Nina past precies in dit plaatje. Na haar afstuderen vorig jaar op Ruimtelijk Ontwerp aan de kunstacademie, had ze geen zin meer om op kamers te wonen. Maar ze wilde wel graag in de stad blijven. Na een tijd tevergeefs zoeken naar iets betaalbaars, ging ze noodgedwongen terug naar haar ouders. „Toen ik via mijn werkervaringsplek bij de gemeente Breda hoorde dat de ONE-modelwoning hierheen kwam, heb ik me meteen opgegeven als proefbewoonster”, vertelt Lenting terwijl ze een kop thee drinkt op haar stoffen grijze bank. Die heeft maar aan één kant een leuning, zodat er iemand op kan slapen. „Ook handig: deze houten plank gebruik ik aan de ene kant als tv-meubel, maar hij is ook stevig genoeg om erop te zitten.” 
In dit huis zit alles wat ze nodig heeft. „En dat terwijl de gemiddelde studio in het centrum veel duurder is.” Wonen in een ONE kost 700 euro per maand. Omdat Lenting de woning mag testen, hoeft ze geen huur te betalen. „Maar ik zou het er wel voor over hebben. Als mijn salaris dat ook toelaat. 700 euro is nog steeds vrij veel, maar de vrije sector is duurder.”
Volgens Jan Latten, hoogleraar Sociale Demografie aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), neemt de vraag naar compacte woningen de komende jaren alleen maar toe. „De singlesmarkt groeit enorm.

Elk jaar komen er ruim 30.000 eenpersoonshuishoudens bij. 

Elk jaar komen er ruim 30.000 eenpersoonshuishoudens bij. Dat heeft te maken met de vergrijzing en individualisering. Het zijn niet alleen jongeren. Op dit moment zijn er 1,2 miljoen gescheiden Nederlanders. Ook veel ouderen kiezen ervoor om alleen door het leven te gaan. Als is het maar voor even.” Ook projectontwikkelaars hebben door dat veel alleenstaanden zoeken naar een betaalbare, compacte woning. Dus worden er volop miniwoningen, al dan niet met gedeelde voorzieningen, gebouwd. In de Rotterdamse binnenstad zijn er in een jaar tijd bijvoorbeeld 1500 stuks bijgekomen; variërend van twintig tot maximaal zestig vierkante meter. Buiten de Randstad is de vraag vooral groot in de universiteitssteden. De Brabantse ondernemer Maarten van der Salm speelt ook in op de markt van miniwoningen. Zijn bedrijf Stuworld verhuurt en verkoopt woningen aan starters en studenten. Stuworld zette de laatste jaren verschillende projecten met kleine studio’s van 27 tot zestig vierkante meter neer in Nijmegen, Tilburg, Breda en Utrecht. Dit jaar leverde Stuworld 600 singlewoningen op, in 2016 zijn dat er tussen de 1200 en 1600. Van der Salm: „Wij proberen de huurprijs onder de huurtoeslagnorm (de maximale huur van 710,68 euro) te houden. Ook zorgen we voor gedeelde voorzieningen als een gezamenlijke wasruimte.”

Miniwoningen zijn een tussenoplossing.

De ondernemer herkent het beeld van een jonge groep professionals die niet meer op een studentenkamer wil zitten, maar ook niet de middelen heeft om de prijzen van de vrije huursector te kunnen betalen. „Ze hebben behoefte aan privacy en ruimte, maar willen niet inleveren op locatie. Ze willen dichtbij het station en de gezelligheid van de stad zitten.” Miniwoningen zijn volgens de ondernemer een tussenoplossing. „Je ziet dat mensen er gemiddeld 22 maanden in blijven wonen. Daarna vertrekken ze weer.” Kenneth Alting, voorzitter van makelaarsvereniging NVM Tilburg, begrijpt deze doorstroom wel. „Als je mag kiezen, wil je een lekkere ruime woning met een tuintje.” Alting maakt een scheiding tussen ‘de intrinsieke- en financiële behoefte’ aan compacte woningen. „Het is de kip of het ei: is de behoefte aan deze woningen er echt, of zijn miniwoningen populair omdat dit het beste is wat er voor deze groep te koop is? Ik denk het laatste.” Dit spanningsveld wordt landelijk steeds problematischer, stelt de makelaar. „Kijk naar de buitengebieden, waar je nog betaalbaar en ruim kunt wonen. Als de behoefte er echt zou zijn, dan zouden ontwikkelaars ook in de landelijke gebieden minihuisjes neerzetten. Maar daar zie ik ze niet.” 

Volgens Jan Latten van het CBS kent Nederland hoe dan ook een overschot aan te grote woningen. „Wie gaan daar in de toekomst wonen”, vraagt hij zich af. „Alleenstaanden hebben minder te besteden en zullen daarom vaker een kleinere woning zoeken. Daarnaast ontstaat steeds meer een leencultuur. Ook dat betekent dat mensen minder ruimte nodig hebben. Gemeenschappelijke wasruimtes zijn daar een goed voorbeeld van. Waarom heb je een eigen wasmachine nodig? Zo’n wasruimte is ook nog eens gezellig.” Ondertussen is Nina dolblij met haar tijdelijke stek, die helemaal is ingericht op functioneel wonen. „Ik heb zelfs met zes collega’s aan de eettafel kunnen dineren. Het is een ronde tafel, daar kun je veel mensen aan kwijt. Ik voel me hier echt thuis.” 

 Zo’n wasruimte is ook nog eens gezellig.


Omdat haar singlewoning midden in een open terrein is neergezet, kun je je afvragen of dat niet een beetje eng is, zo in je eentje. „Zodra je binnen bent is het knus en heb ik helemaal niet het idee dat ik zo ‘alleen’ sta”, vertelt Lenting terwijl ze haar minislaapkamer (mét tweepersoonsbed) showt. „Ik heb constant mensen over de vloer. Dat vind ik fijn, het is natuurlijk een eenpersoonshuis, maar ik ben graag onder de mensen.” Het huis geeft een vakantiegevoel, door de binnenwanden die van hout zijn. „Ook hebben we hier wel eens een werkbespreking gehouden, waarbij zeker tien mensen aanwezig waren. Het is een beetje passen en meten, maar het lukte.” Hoewel ze op haar plek zit, moet Lenting toch weer haar spullen pakken. Haar huisje reist deze maand door naar Utrecht. „Jammer, maar ik wist ik het in bruikleen had. Dus ik ga maar weer op zoek. Waarschijnlijk wordt het een huisje buiten het centrum. Nee, terug naar mijn ouders ga ik niet.”

 

Door Judie Jaspers