Vasteloavend in het dorp: Geen club van oude mannen

Foto: De Limburger/Luc Lodder

Landgraaf - Even leek het carnaval in Abdissenbosch ten dode opgeschreven. Heel even maar. Want er stond een nieuwe carnavalsvereniging op die al rap nieuwe tradities in het leven riep.

Ik vind de woorden even niet om het te beschrijven, zegt Jennifer Paulus. „Je moet het voelen, je moet het beleven. 
Het is één voor allen en allen voor één. Mijn hele familie viert er carnaval en als we geen bloedverwanten zijn, zijn we naderhand wel familie.” Paulus - die sinds november vorig jaar tijdelijk als Jennifer I door het leven gaat - zucht even diep. „Mijn hart is zo groot en zo vol, als carnaval voorbij is barst het volgens mij gewoon uit elkaar.” De 25-jarige Landgraafse heeft overigens wel even moeten lobbyen om prinses te worden. Ieder jaar na carnaval vouwde ze haar handen in een driehoekje boven haar hoofd, in een denkbeeldig kroontje voor de raad van elf van De Pänkes: mocht ze alsjeblieft prinses worden? Maar Jennifer was niet de enige die aasde op de scepter van Abdissenbosch. De carnavalsvereniging had op een gegeven moment maar liefst vijf gegadigden. Hun namen, die van Jennifer incluis, gingen in een grote carnavalshoed en zo werd de volgorde voor de komende jaren bepaald. 

Luxeprobleem
Een luxeprobleem, zeker voor een relatief kleine kern. En dan te bedenken dat het georganiseerde carnaval in Abdissenbosch in de jaren negentig op zijn gat lag. De animo liep zo terug dat de carnavalsvereniging van destijds, De Böschpiete, zichzelf ophief. 
Toch duurde dat niet zo lang. Veel carnavalisten troffen elkaar weer in het dorp, bijvoorbeeld bij de optocht in Waubach, of tijdens het traditionele carnaval van basisschool De Wegwijzer in De Residentie. En toen klonk de vraag steeds luider: als iedereen het toch zo graag in de eigen gemeenschap viert, waarom heeft Abdissenbosch dan eigenlijk geen eigen carnaval meer? Inmiddels hadden zich in de naastgelegen wijken, Parkheide en Namiddagsche Driessen, veel jonge gezinnen genesteld. Mensen met een carnavalshart. Uit een combinatie van de eerste letter van de naam van de drie wijken ontstond in 2002 de naam van een nieuwe vereniging, De Pänkes. 
Ze hadden natuurlijk kunnen kiezen voor een doorstart van De Böschpiete. Maar het was zeker niet de bedoeling dat het een Böschpiete 2.0 zou worden, zeggen secretaris Frans van Elteren en president Patrick Pelzer van CV De Pänkes. Nee, het was juist mooi om met een schone lei te beginnen. Terug naar de vasteloavend in de puurste vorm. Samen met je vrienden en je buren feesten in de narrentempel. 
Zonder veel regels, zonder protocollen. „Het is ook geen oude mannenclub, maar een mooie mix.” 

Tempel
Het carnaval is sowieso niet meer als vroeger, toen iedereen drie dagen van café naar café trok. Cafés zijn er niet meer in Abdissenbosch; iedereen komt nu samen in De Residentie. Met man en macht wordt de sportzaal nog op de woensdag voor carnaval opgetuigd tot een kleurrijke en feestelijke narrentempel. Een megaklus, maar vele handen maken licht werk. De tempel puilt tijdens carnaval zo uit dat er spontaan een soort straatcarnaval ontstaat aan de Abdissenlaan. Een van de hoogtepunten van de carnavalsdagen blijft toch de optocht van Waubach, zeggen Pelzer en Van Elteren, beiden oud-prins. Alleen de voetbalclub van Abdissenbosch heeft al zo’n 160 leden die meegaan dit jaar, en dan heb je nog de fanfare en veel vriendengroepen. De Pänkes tellen anno 2018 maar liefst 80 leden, dus je kunt je voorstellen dat het aandeel van de kern aanzienlijk is. Toch moesten de Pänkes even strijden om de optocht ook weer door Abdissenbosch te laten gaan, vertelt de secretaris. „We hoorden klachten dat iedereen nu twee kilometer moest omlopen. Dus ben ik met zo’n rolmeter de route nagelopen. Het was slechts achthonderd meter. En er staat hier op zondag een haag van mensen te kijken.” 

Tradities
Inmiddels zijn er bij De Pänkes toch wel wat tradities ingeslopen. De week voor carnaval maken ze met z’n allen een voettocht naar Wittem, om daar een kaarsje aan te steken voor goed weer met carnaval - „Dat heeft altijd geholpen”. En ze houden het Letste Oambal, waarna de carnavalskappen symbolisch in een pan worden afgelegd. Een emotioneel moment. „Er zijn Pänkes die dan even moeten huilen”, zegt Van Elteren. Pelzer lacht: „Ongeveer zeventig procent.” 

Reageren? merel.visscher@delimburger.nl 
 

Door Merel Visscher