Terug naar Wat beweegt Limburg

‘Mijn twee zoons heb ik al dertig jaar niet gezien’

Henk van Heesewijk. Foto: DL

Henk van Heesewijk (88) uit Weert was ruim dertig jaar getrouwd met zijn Mia. Vorig jaar februari overleed ze. Sindsdien zit Henk alleen. Rouwend en eenzaam.

“Mia was een geweldige vrouw. Zo lief voor me. Ik heb heel veel van haar gehouden. En nog”, begint Henk. Hij loopt naar de slaapkamer, om haar foto die op zijn nachtkastje staat te halen. Stralend diept hij de ene na de andere herinnering op. Over hun huwelijksreis naar Parijs. Hoe ze samen de hele stad verkenden. Frankrijk werd zo hun favoriete vakantieland. En over, toen ver reizen niet meer lukte, hun veelvuldige theaterbezoek hier om de hoek in hun eigen stad. “Eerst lekker eten bij De Oude Munt en daarna, een beetje op sjiek, naar de voorstelling.”

Magnetron
Het is niet meer. De tijd van samen is voorbij. En Henk heeft het er nog altijd moeilijk mee. “Ik mis haar het meest in gewoon die dagelijkse dingen. Dingen waar je nooit zo bij stil stond. Die eigenlijk vanzelfsprekend waren. Ze was onderwijzeres, gaf Nederlands hier op een school in de wijk Fatima. Ze was goed met kinderen en kon ook zo heerlijk koken.” Nu haalt de weduwnaar vaak een drievaks-maaltijd bij de grootgrutter om de hoek. Voor in de magnetron. Ook lekker, maar toch anders.

Porselein
“Op 3 februari vorig jaar is ze overleden, op 10 februari is ze gecremeerd.” Haar as heeft een bijzondere plek in huis gekregen de urm staat op een vitrine waarin Mia’s verzameling vogeltjes staat. Porseleinen exemplaren. “Die verzamelde ze. Net zoals serviesgoed. Als ik haar niet af en toe wat had afgeremd, had het hele huis vol servies gestaan.” Hij opent de grote buffetkast in de woonkamer. “Dit is een kopie van het servies van de vrouw van Lodewijk Napoleon. Ze was er apetrots op.” Nee, Henk heeft het sinds Mia’s overlijden niet meer aangeraakt. Veel te bang dat er iets breekt, en dat zou zij afschuwelijk hebben gevonden.

Rijkdom
Hij loopt weer weg om wat te pakken. Het tijdschrift Nestor, met daarin een interview met de schrijver Jan Terlouw. Die vertelt erin over zijn verdriet om het verlies van zijn broer. Er ligt een briefje ingeschoven op de juiste bladzijde, bij het juiste citaat, dat Henk een beetje om heeft geschreven: ‘het verdriet om de dood van Mia is enorm, maar er zit ook een enorme rijkdom in, want het is de andere kant van de diepe liefde die ik heb mogen ervaren’.” Zijn stem breekt. Zo mooi had hij het zelf graag verwoord.

Kinderen
Mia was Henks tweede vrouw. Zijn eerste huwelijk met Yvonne liep spaak. De echtscheiding was pijnlijk. De afwikkeling duurde jaren en het venijn zat in de staart. “Ze dreigde dat ik onze kinderen - twee zoons en een dochter - niet meer mocht zien. Tenzij ik extra betaalde. Er was al een alimentatie-regeling getroffen. Chantage. Dat weigerde ik. Vervolgens heb ik ze inderdaad nooit meer gezien. Dertig jaar lang niet. Tot er bij de begrafenis van Mia plots een vrouw naast me kwam zitten. ‘Dag pappa’, zei ze. Het was mijn dochter, Simone. Ik was even ontsteld als verrukt. Met haar heb ik sindsdien weer een goed contact. Maar ze woont ver weg, in Dongen. Bij Breda. Die komt hier dus niet iedere week. Twee of drie keer per jaar. Nee, van mijn zoons heb ik helemaal nooit meer iets gehoord. Ja, dat doet pijn.”

Eenzaamheid
En zo zit Henk alleen in zijn mooie appartement met uitzicht op de Zuid-Willemsvaart. Alleen. “Al mijn vrienden zijn dood”, klinkt het somber. Niet dat hij er zoveel had, maar toch. Contact met de buren heeft hij zelden. In zijn flat leven de meeste mensen toch op zichzelf, merkt hij. Zoals eigenlijk overal. De maatschappij individualiseert. Buren kennen elkaar niet meer. En zo kan het gebeuren dat in Kerkrade een vrouw vier weken lang dood in haar huis ligt, zonder dat iemand het merkt. Ook Henk heeft het gelezen. Zoals hij ook las dat mensen die erg eenzaam zijn, grote gezondheidsrisico’s lopen. “Eenzaamheid is even schadelijk als roken”, zo citeert hij de krant. Stress, slapeloosheid, hart- en vaatziekten, obesitas als gevolg van ongezond eten.

Erop uit
De krasse Weertenaar heeft er allemaal geen last van, zegt ie. “Ik slaap als een roos.” Hij laat het er dan ook niet bij zitten, dat eenzaamheidsgevoel, en trekt er wel degelijk op uit. Geholpen door allerlei plaatselijke initiatieven. De stichting Met Je Hart bijvoorbeeld, die alleenstaande en ‘vergeten’ ouderen weer onder de mensen en bij elkaar wil brengen. Twee keer per week ook is Henk te vinden in Huiskamer De Roos, een dagbestedingslocatie voor seniore stadsgenoten. Ze kunnen er samen koffie drinken, wat kletsen of een kaartje leggen.

Digitale snelweg
Al die goede initiatieven ten spijt, een structurele oplossing voor de eenzaamheidsgevoelens brengen ze niet, constateren onderzoekers. Klopt, zegt Henk: “Uiteindelijk zit je ’s avonds toch weer alleen thuis. Ik kijk graag televisie, maar die is nu kapot.” De digitale snelweg, daar heeft de weduwnaar zich nog niet op gewaagd. Hoewel, er ligt een afspraak met ‘student aan huis’, om hem te helpen handigheid te krijgen met internet.

Strijdbaar
“Voor mij is eenzaamheid geen taboe. Ik zeg het gewoon, maar ben niet zielig. De eenzaamheid maakt me strijdbaar”, zegt Henk. Zijn tred is wat trager, maar verder heeft de Weertenaar geen lichamelijke klachten. Op zijn rollator prijkt een sticker met zijn adres; mocht er onderweg iets mis gaan. Over de toekomst, het moment dat ie misschien minder mobiel wordt, maakt hij zich geen zorgen. “Dat zien we dan wel weer. Ik wil in elk geval voor geen geld in zo’n verpleeghuis terecht komen. Lijkt me afschuwelijk om zo te worden betutteld. Als ze al tijd voor je hebben”, vervolgt hij vol realiteitszin. “Ik red me nog prima. Er is poets- en thuishulp, maar die hoeft mij niet te wassen. Dat doe ik gewoon zelf.”

Betere buren
De overheid, die afgelopen jaren miljarden bezuinigde op de ouderenzorg, het verzorgingshuis afschafte en beknibbeld op de budgetten voor de Wmo-hulp bij zelfstandig wonende ouderen thuis. Die overheid zou zich eens wat minder moeten bemoeien met hoe wij, ouderen, eigenlijk willen leven, vindt Henk. “Dat plan van de minister, die ten strijde trekt tegen de eenzaamheid: ik ken het niet precies, maar ook dat komt weer betuttelend over. We moeten ‘betere buren’ worden, terwijl we leven in een tijd van groeiend individualisme. Schuif het maar weer op een ander af, dat gevoel.” De Weertenaar is nog prima op de hoogte van de actualiteiten. Hij leest dagelijks de krant. Deze krant.

Congo
“Ik heb vijf jaar lang in Congo gewerkt”, klinkt het ineens. “In het bouwbedrijf van mijn vader. In Kisangani hebben we toen een groot appartementencomplex neergezet. Het eerste betonskelet in de stad. Daar heb ik ook zo prima Frans leren praten.” Het was de avontuurlijkste tijd van zijn leven. De tijd ook van zijn allereerste liefde, een meisje uit Doornik. “We hadden verkering.” Nu hij het zo vertelt, vraagt hij zich af: hoe zou het met haar zijn afgelopen?

Tranen
Of de eenzaamheid hem wel eens verdrietig maakt? “Laatst liep ik op straat en rolden, zonder dat ik het in de gaten had, de tranen over mijn wangen. Ik stopte even en dacht, wat is er aan de hand? Het bleken vreugdetranen. De dag ervoor was mijn dochter Simone bij me op bezoek geweest. We hadden de hele avond heerlijk zitten praten. Daar was ik zo enorm blij me. Ja, dat heeft me tot tranen toe beroerd. Letterlijk.” Wat een beetje aandacht met een mens kan doen.

Door Serge Sekhuis

Reageren?