Limburgensia

Een gemeente die plat kalt

  • De gemeente Eijsden-Margraten voert actief campagne voor het spreken van dialect, onder andere met deze buttons.
Streektaalbeleid in Limburg, dat is toch een zaak van de provincie, van de Raod veur ‘t Limburgs? Of gaat het ons allemaal aan, en dus ook de bestuurslaag die het dichtst bij is: de gemeente? Veel gemeenten dragen het dialect een warm hart toe, maar echt taalbeleid is (nog) zeldzaam. Fusiegemeente Eijsden- Margraten zet de eerste stappen.

Hij tastte niet voor niets diep in de buidel met lovende woorden, vicevoorzitter Lei Heijenrath van Veldeke, toen hij eerder dit jaar te gast was bij de start van de campagne Kal Plat in het gemeentehuis van Eijsden-Margraten. Een gemeente die streektaalbeleid voert, het voortouw neemt in het promoten van dialectgebruik, dat komt Veldeke in deze provincie nou eenmaal niet elke dag tegen.

Er zijn veel Limburgse gemeenten die het dialect een warm hart toedragen. Maar hun bemoeienis met dat dialect is doorgaans vrij beperkt, vooral faciliterend en financierend. 

Meld je hier aan voor het Groot Limburgs Dictee

DNA
Een gemeente als Kerkrade, van oudsher zeer zelfbewust als het om het Kirchröadsjer plat gaat, neemt actief deel in de gemeentelijke werkgroep dialect (onder meer verantwoordelijk voor de Kirchröadsjer Dieksiejoneer, het Kerkraads woordenboek), en gaat daarmee al verder dan de meeste andere gemeenten. In Kerkrade duikt het dialect zelfs regelmatig op in de begrotingsbeschouwingen. 

Andere gemeenten zijn zo ver (nog) niet. Zij subsidiëren, werken mee aan bijvoorbeeld plaatsnaamborden in dialect, maar laten de initiatieven op het gebied van streektaal doorgaans aan anderen over. Toch is het niet zo gek dat een gemeente actief dialectbeleid voert, vindt wethouder Armand Opreij van Eijsden- Margraten. Hij heeft onder andere natuur en landschap, maar heel nadrukkelijk ook cultureel erfgoed - materieel en immaterieel - in zijn portefeuille. "En van dat immaterieel cultureel erfgoed is de taal, het dialect, een heel wezenlijk onderdeel”, zegt hij.

"Eijsden-Margraten is een plattelandsgemeente. Het overgrote deel, zo’n 80 procent, van de oppervlakte is buitengebied. Het is dus logisch dat we veel werk maken van natuur- en landschapsbeleid. Aan de andere kant: de overgrote meerderheid van onze inwoners kalt plat, spreek dialect. En daar deden we eigenlijk niets mee. Dat is toch raar? Die taal is net zo goed als het landschap deel van onze eigenheid, van ons DNA.”



'Pure rijkdom'
Op het gebied van streektaal heeft Eijsden-Margraten inderdaad niet te klagen. De gemeente bestaat uit liefst vijftien kerkdorpen, en de goede verstaander heeft maar een paar zinnen in het lokale dialect nodig om te horen uit welk van die dorpen de spreker afkomstig is. Opreij: "Die variatie, dat is pure rijkdom. En het mooie is dat die verschillen in taal tegelijkertijd ook een bindende factor zijn in zo’n verzameling dorpskernen. We klinken dan allemaal een beetje anders, maar we verstaan elkaar heel goed.” 

Hoe belangrijk taal als bindende factor kan zijn, en hoeveel emoties taal los kan maken, weten de inwoners van Eijsden-Margraten als weinig anderen. "We hebben hier in de jaren ‘60 van heel nabij meegemaakt wat taal en taalverschillen los kunnen maken”, zegt Opreij, zelf afkomstig uit Mheer. "De taalstrijd in de Voerstreek, net over de grens, de woede en de bitterheid die daarmee gepaard gingen... Dat heeft ons wel geleerd hoe belangrijk taal kan zijn in een samenleving. Negatief en positief. Vandaar, wellicht, dat we hier extra belangstelling hebben voor het behoud en de promotie van onze eigen streektaal, onze eigen dialecten.” 

Peuterliedjes in het dialect
De eerste stappen op het gebied van streektaalbeleid heeft de gemeente Eijsden-Margraten gezet in de plaatselijke peuterspeelzalen. Een van de eerste staties die kinderen passeren op de weg naar taalverwerving. Onder leiding van professor Leonie Cornips (taalcultuur, Universiteit Maastricht) heeft student- onderzoeker Gino Morillo Morales het dialectgebruik in peuterspeelzalen onderzocht. In opdracht van de gemeente heeft de Roermondse singer-songwriter Ton Custers bovendien een aantal peuter- en kleuterliedjes in het Limburgs vertaald. "Heel raar, eigenlijk, er werd in al die peuterspeelzalen alleen maar in het Nederlands gezongen...” 

Tegelijkertijd werden er speciale rolbanieren en buttons ontworpen om de gemeentelijke campagne breed onder de aandacht te brengen.  Plat kalle, dao liers de get van! (Dialect praten, daar leer je wat van!). En nee, benadrukt wethouder Opreij, het is zeker niet de bedoeling dat de gemeente haar inwoners het dialect wil opdringen of opleggen. "Het gaat ons erom dat we de mensen bewust willen maken van de positieve effecten van het gebruik van dialect. En om aan te tonen dat het spreken van dialect en Nederlands prima samen kunnen gaan.” 

Lees meer over het dialect in ons dossier

Inktvlek
De eerste stappen zijn gezet. Hoe gaat het verder? Opreij: "We doen het stap voor stap. Maar je kunt je er van alles bij voorstellen. Het lijkt me logisch dat we na de peuterspeelzalen gaan kijken wat we in het basisonderwijs kunnen doen. Denk bijvoorbeeld aan een eindejaarsmusical in dialect. En waarom zou je niet eens per jaar voor alle kernen in de gemeente samen een dialectavond kunnen houden, waarbij we allemaal van elkaars taal kunnen proeven? Wat ik ook graag zou zien: dat ons idee als een inktvlek uitdijt naar de buurgemeenten. Dat we letterlijk over de grenzen heen plat gaan kalle. De mogelijkheden zijn legio.” 

In welke vorm dan ook, Eijsden- Margraten is vast van plan werk te maken van zijn streektaalbeleid. Opreij: "Als je buurdorpen net over de grens bekijkt, Warsage, Hombourg, daar hebben ze eeuwenlang dialect gesproken. Daar konden we van hieruit gewoon met onze eigen taal terecht. Binnen twee generaties is het dialect daar helemaal verdwenen, weg gevaagd. Een trieste culturele verarming. Dat willen we hier niet laten gebeuren.” 

 

Door Guus Urlings