Limburgensia

Waarom nu dan een Groot Limburgs Dictee?

Het Dictee is nog lang niet passé. Zo werd er onlangs nog het Groet Mestreechs Dictee gehouden. Afbeelding: Laurens Bouvrie

Het maakt nogal wat uit in welk ouderlijk huis je wieg heeft gestaan. Evenmin is het lood om oud ijzer in welke streek dat was. Zulke omstandigheden trekken een wissel op je toekomst. Wie in Limburg is geboren mag zich gelukkig prijzen.

De provincie is welvarend, er is alle gelegenheid voor studie en opleiding en de kwaliteit van leven wedijvert met de bloesempracht van het landschap. Hier wonen winnaars in de loterij van het leven.

En of dat allemaal nog niet genoeg reden is om een boterham met tevredenheid te smeren is er de kers op de pudding: de warmte van een eigen taal. In die taal heeft ieder dorp, elke stad een eigen kleur. Zo omspant een regenboog van kleuren Limburg en schept in die taal een verbondenheid die met niets anders is te vergelijken.

De mensen die zich ervan bedienen doen dat in vreugde en verdriet, in de stilte van het hart en de uitbundigheid van het feestvieren. Die taal verdient het om gekoesterd en doorgegeven te worden aan het nageslacht. Mondeling en schriftelijk, zoals in deze tekst.

Zweten bij przewalskipaard
Het stond 26 jaar lang met grote rode letters op de kalender van tienduizenden taalliefhebbers in Nederland en Vlaanderen: het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Je ging er echt voor zitten, je neus bijna in de tv, blocnote en pen bij de hand - liefst ook nog een reservepen ‘voor het geval dát’ - en dan de lijzige stem van Philip Freriks die je taalbeheersing zwaar op de proef stelde met tong- en breinbrekers als przewalskipaard, glossolalie, tseetseevlieg, dedaigneuze. Kriebelen, doorstrepen, opnieuw proberen, zweten. En dan toch weer te veel fouten hebben...

Slow tv
Na de editie 2016 was het plotseling voorbij. De NTR besloot acuut te kappen met Het Dictee. De kijkcijfers waren te laag, het programma ‘peperduur’, archaïsch, ouderwets, niet meer van deze tijd en weinig vernieuwend. De woelige nieuwe wereld van de jongerentaal op digitale media, bijvoorbeeld, kwam nauwelijks aan de orde. Vrij vertaald: het dictee, een typisch voorbeeld van slow tv - langzame televisie - was een hinderlijk obstakel in het steeds nadrukkelijker door snelle soundbites beheerste infotainment van de hedendaagse beeldcultuur.

Punt erachter.

Waarom dan nu een Groot Limburgs Dictee?

Het meest eenvoudige antwoord: omdat het dictee als ‘spel met taal’ nog steeds niet achterhaald is, nog steeds een breed draagvlak heeft. Kijk naar het ‘Zeer Groot Dictee der Nederlandse Talen’, vorige maand gehouden in Vlaanderen, waarbij de deelnemers woorden en uitdrukkingen van sprekers van diverse Vlaamse dialecten in (goed gespeld!) algemeen Nederlands moesten vertalen. Of naar het ook dit jaar weer zeer succesvolle Groet Mestreechs Dictee. Of naar het Grut Frysk Diktee. Of naar… Keuze te over. In álle talen. En als de Friezen het kunnen...

Meld je hier aan voor het Groot Limburgs Dictee

Regeltjes remmen af
Er zijn critici die twijfelen aan het nut van een dictee. Omdat het te zeer de nadruk zou leggen op regeltjes en voorschriften, op ‘het gereedschap’ in plaats van op het creatieve proces. Te veel aandacht voor spelling zou, heet het, mensen zelfs kunnen weerhouden van het schrijven. In welke taal dan ook.

Uitgesproken voorbeeld: motie 779, door VVD-Statenlid Kirkels in juli 2016 ingebracht in de vergadering van Provinciale Staten in Limburg. De motie stelde dat ‘de Limburger zich in het algemeen geremd voelt zich in het geschreven Limburgs uit te drukken door een voor hem lastig te hanteren spellingvoorschrift met een groot aantal en een veelvuldig toegepaste dichtheid aan leestekens’. 

Lees meer over het dialect in ons dossier

Rijk en gevarieerd
Zit daar, los van het nogal archaïsche taalgebruik, een kern van waarheid in? Wie de Veldeke Spelling 2003 doorneemt - de spellingregels die door de meerderheid van de dialectschrijvers als norm worden gehanteerd - ziet inderdaad méér ‘leestekens’ dan in de Nederlandse spelling.

Geen wonder, want het conglomeraat van Limburgse dialecten is zó rijk en gevarieerd in klank en toon dat het wat extra inspanning vergt om al die verschillen binnen één spellingstructuur tot hun recht te laten komen. Maar ‘een oerwoud van leestekens, accenten en wat dies meer zij’, zoals sommigen beweren, is het zeker niet. En wie de moeite neemt om er zich even in te verdiepen...

Dictee is sport
Zeker, het creatieve proces is belangrijk als het om taalgebruik - in welke vorm dan ook - gaat. Maar ‘het gaat erom wát je schrijft, en niet hóé je het schrijft’ doet toch net iets te veel denken aan de spelling-hervormers die in de jaren ‘60 predikten dat je evengoed, - of zelfs beter - ‘trotwaar’ kon schrijven als ‘trottoir’. Spellingregels zijn er in principe - toegegeven: er zijn uitzonderingen - niet om het mensen moeilijk te maken, maar om het speelveld voor iedereen gelijk te houden. Dat bevordert het onderlinge begrip.

Los daarvan is er het spelelement. Een dictee is sport. Taalsport. Competitief. Een spel met taal, met taalregels, en dan - op basis van duidelijke, of toch zo duidelijk mogelijke en dus meetbare normen - kijken wie de beste is. Een uitdaging om je te verdiepen in de taal. Niet alleen in de spelling, maar dat kan wel het begin zijn van een ontdekkingstocht die ook de grammatica, de woordenschat, de melodie omvat.

Dát is uiteindelijk de voornaamste reden waarom deze krant samen met de Vereniging Veldeke het Groot Limburgs Dictee op poten heeft gezet. Om de Limburgers uit te dagen, om ze ertoe aan te zetten het plezier in hun eigen taal - en langs die weg ook in hun rijke culturele erfgoed - te ontdekken.

 

Door Guus Urlings