Cultuur

'Mannen die overal verstand van hebben: ze zijn zeldzaam'

Afbeelding: De Limburger/Stefan Koopmans

Zaterdagavond zat ik mijn met vriendin in een Ethiopisch restaurant in Amsterdam-Noord. Aan het tafeltje naast ons kwamen vier mensen zitten. De oudste van het stel praatte hard en veel, nooit mijn favoriete combinatie in een openbare ruimte.

Sommige mensen hebben dat: die komen een ruimte binnen en eisen die op. Ik ben een voorstander van assertiviteit, maar bij voorkeur in gezelschap van fatsoen.

De serveerster kwam vragen wat het gezelschap wilde drinken. De man bestelde een borrel die niet op de kaart stond, zodat de serveerster de naam ervan vragend moest herhalen. Dit was precies waar hij haar wilde hebben. Dit was het type man dat het liefst zegt ‘Weet je wat het is?’, zodat hij kan vertellen wat het is.

Hij vertelde zijn gezelschap en daarmee de rest van het restaurant over de "onbetaalbare dure" cruise die hij zojuist had gemaakt. Ze bekeken de kaart. Zoals gebruikelijk in Ethiopische restaurants, stond die vol Ethiopische gerechten. Dus met allerlei sauzen geserveerd op een injera; een soort dunne pannenkoek.

De indrukwekkend geduldige serveerster kwam terug, en de man legde haar nu uit dat ze in Suriname ook graag hun eten op een pannenkoek serveren.

Als je echt wilt weten hoe mensen in elkaar steken, is mijn diepste overtuiging: kijk hoe ze zich gedragen in een restaurant. Niet tegen hun gezelschap, maar tegen de ober en de serveerster. Mensen die omlaag trappen, herken je in restaurants, een plek waar op de een of andere manier hiërarchie opeens opspeelt. Vroeger verraadden ze zichzelf met hun vingerknip: het teken bij uitstek dat iemand bedienend personeel beschouwt als een gedresseerde diersoort. Maar vingerknippen komt eigenlijk niet meer voor, en als iemand het al eens doet, zie je ook altijd een hele zaak opschrikken alsof er een vork over een bord piept. Nee, het is subtieler. Het is de veranderde toon, opeens kortaf, de afgewende blik, het doorpraten tijdens het afrekenen, het niet beantwoorden van ‘fijne avond nog’.

Deze man was van een iets ander slag, dat me zo mogelijk nog vervelender lijkt voor dat personeel: de klant die jou je kaart komt uitleggen, en überhaupt: je vak.

De eigenaar van het restaurant kwam een praatje maken. De man vroeg of het goed toeven was hier in Noord. Heel goed, zei de eigenaar. Dan was het verbeterd, zei de man. "Het was heel crimineel hier.” Hij feliciteerde de eigenaar. "Jullie hebben toch vrede gesloten?” De eigenaar keek verbaasd: hij runde een restaurant, geen krijgsmacht. "Ja, toch? Met Eritrea!” Ah, ja, inderdaad, zei de eigenaar: Ethiopië en Eritrea hebben een vredesakkoord gesloten. "Heel goed!,” zei de man. "Goed voor de regio.” Mannen die overal verstand van hebben: ze zijn zeldzaam, maar hier naast me zat er een.

De serveerster kwam er aan met zijn drankje. Het borrelglaasje was tot de rand gevuld. "Zo hoort dat, wist je dat? In Nederland heet dat een borrel,” zei hij tegen het vloeiend Nederlands sprekende meisje. "En dat hoor je in één keer achterover te slaan.” Dat deed hij.

Het was een soort jenever. Ik kreeg zin om ook bier voor hem te bestellen. Sommige mensen verdienen een kopstoot.

 

 

Door Leon Verdonschot
Gerelateerde berichten