Kinderdagverblijven gaan valpartij uit de weg

Afbeelding: iStock

Kinderdagverblijven laten kinderen te weinig risico's nemen tijdens het spelen. Ze zijn bang voor boze ouders als een kind valt of vrezen een aantekening van de toezichthoudende GGD omdat die de veiligheidsmaatregelen niet goed genoeg vindt. 'Als kinderen geen risico's meer ervaren, kunnen ze later niet goed omgaan met weerstand.'

Dat constateren onderzoekers, Brancheorganisatie Kinderopvang en ouderorganisatie Boink. 

Kinderen mogen niet van trappetjes springen. Klauterende baby's worden van opstapjes af getrokken en op de grond gelegd. Voor boomstronken waaraan kleintjes zich kunnen bezeren, worden hekjes gezet. Oudere kinderen mogen het klimrek niet in. Veel kinderdagverblijven en buitenschoolse opvanglocaties willen kinderen wel meer ruimte geven om te spelen, maar durven het niet aan. Ze voelen zich geremd door het toezicht van de GGD en ouders die geen kapotte knie accepteren. 

Risico nemen
Terwijl de roep groter wordt om kinderen meer risico's te laten nemen tijdens het spelen. Juist van een valpartij leren ze veel, zeggen deskundigen. "Dan weten ze dat ze het zo niet moeten doen", zegt Judith Stolwijk, sportpedagoog die onderzoek deed naar risicomijdend gedrag. "Als kinderen geen risico's meer ervaren, kunnen ze later niet goed omgaan met weerstand, zoals tegengesproken worden. Zo creëer je een generatie die overal gevaren ziet en heel angstig is." 

Beschermen
Kinderdagverblijven moeten de voornaamste risico's op papier vastleggen. Om de opvanglocaties meer ruimte te geven, is dit jaar in de wet gekomen dat ze kinderen tegen grote risico's moeten beschermen en moeten leren omgaan met kleine risico's. 

Veel kinderdagverblijven weten niet hoe ze daarmee moeten omgaan. Ze kunnen moeilijk inschatten of de inspecteurs van de GGD hun opvatting delen dat iets een acceptabel risico is. Uit angst voor een aantekening van de toezichthouder besluiten de opvanglocaties risicovolle situaties maar te mijden. "We liggen als sector onder een vergrootglas", betoogt Heidy Knol, directeur van Brancheorganisatie Kinderopvang. "Het voelt comfortabel voor de overheid om regeltjes te maken om incidenten te voorkomen. Maar daardoor bestaat nu een spanningsveld met de ruimte die pedagogisch medewerkers krijgen."

Vrijheid
Volgens de GGD is er vrijheid om beleid te maken. De inspecteurs beoordelen of de risico's voldoende in beeld zijn gebracht en de getroffen maatregelen de veiligheid en gezondheid van de kinderen waarborgen.  

De kinderopvang voelt echter ook de druk van ouders die zelf heel voorzichtig met hun kinderen zijn en een wondje niet altijd accepteren. Knol: "Sommige ouders zijn panisch." 

Door AD/Ellen van Gaalen