Leef

'Elke brief of kaart die ik ooit heb gekregen heb ik nog, zelfs de dreigbrieven'

Afbeelding: De Limburger/Stefan Koopmans

COLUMN - Ik ben mijn huis aan het opruimen. Dat moet eens in de zoveel tijd gebeuren, omdat ik nooit iets weggooi. Volgens mijn beste vriend ben ik extreem slecht in afscheid nemen, en kennelijk heeft zich dat uitgestrekt tot spullen. Dus komen er steeds meer spullen bij.

Toen mijn vriendin een paar jaar geleden bij me introk met al haar bezittingen in een koffer en een weekendtas, schrok ze nogal van de inhoud van mijn kledingkast. Niet alleen heb ik bij vrijwel ieder concert waar ik ooit ben geweest en dat ik goed vond een shirt van de artiest gekocht, ik heb er ook nooit een weggegooid. In sommige zitten inmiddels gaten, maar ook dat vind ik geen probleem: sommige mensen geven 400 euro uit aan een niéuwe spijkerbroek vol gaten. Sommige shirts zijn van oud via ouderwets via retro inmiddels vintage geworden, sommige bands zijn sinds het shirt al twee keer uit elkaar gegaan en weer bij elkaar gekomen.

Alles dat ik van mijn moeder heb gekregen of dat aan haar herinnert bewaar ik. Die even onhandige als overbodige commode mag nooit weg, want die heb ik nog van mijn oma gekregen. Elke brief of kaart die ik ooit heb gekregen heb ik nog. Zelfs de dreigbrieven, inclusief uitgeknipte foto van mijn hoofd met een getekende Hitlersnor boven mijn lippen en twee hoorntjes op mijn hoofd. Zoveel moeite: het is op een rare manier toch een compliment.

Ik heb zelfs de verjaardagskaarten bewaard van de oom en tante die geen zin hadden om ‘Hartelijk gefeliciteerd’ helemaal uit te schrijven, want tijd is geld en het leven al duur genoeg, dus schreven ze ‘H.G. met je verjaardag’. De stukjes die ik als stagiair voor De Limburger schreef, heb ik allemaal nog. Ook die van de eerste week, en dat waren alleen maar overgeschreven persberichten, die allemaal eindigen met ‘De avond begint om 20 uur’.

Je hebt televisieprogramma’s over mannen als ik, die altijd beginnen met een wanhopige vrouw, en dan komt John Williams, en die opent een schuur of een garage of een zolder en die ligt dan helemaal vol met spullen, en de man staat er dan bij alsof niéts in deze hele ruimte ooit uit zijn leven mag verdwijnen, en de vrouw zegt dan iets als ‘Dit bedoel ik dus’, en dan kijkt John de man heel beschuldigend aan, en altijd, echt altijd, snap ik die man.

Nooit zal iemand naar die eerste De Limburgerstukjes vragen, sommige shirts zal ik nooit meer dragen, omdat ze eigenlijk spuuglelijk zijn, maar de enige die ze die avond nog hadden in mijn maat. Waarom gooi ik ze dan niet gewoon weg? Ik heb mezelf de vraag al talloze keren gesteld, en anders wel iedereen die ooit een huis of tijd met me deelde en op het punt stond John Williams te bellen. En ik weet het nog steeds niet. Of eigenlijk wel. Alles dat je bewaart, is er nog. En alles waar het ooit voor stond daarmee ook.

Door Leon Verdonschot