Lenende studenten hebben meer psychische klachten

Studentenprotest tegen leenstelsel Afbeelding: ANP

Studenten die geld lenen voor hun studie hebben meer last van psychische problemen dan niet- leners. Ze voelen zich opgejaagd en laten sociale activiteiten schieten uit geldgebrek.

Dat blijkt uit een representatieve enquête van onderzoeksbureau Motivaction onder hbo- en universitaire studenten. Het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) gaf de opdracht om voor het eerst sinds de invoering te onderzoeken wat de invloed van het leenstelsel is op het welbevinden van studenten.

60 procent van de lenende studenten zegt regelmatig stress te ervaren door hun studieschuld. Van de studenten die lenen, spreekt 40 procent over ‘emotionele uitputting’ en 39 procent maakt zich zorgen over zijn of haar financiële situatie. De problemen worden groter naarmate het bedrag dat de student leent, stijgt. De helft van de ondervraagde studenten met een lening zegt zich minimaal een keer per week overdag extreem vermoeid te voelen. Bovendien schrappen vier op de tien lenende studenten sociale activiteiten om de kosten te drukken.

„Minister Van Engelshoven (D66, Onderwijs) kan er nu niet meer onderuit dat het leenstelsel meespeelt bij de ervaren prestatiedruk en psychische klachten bij studenten”, vindt Tom van den Brink van ISO.

Het politieke ongemak over het leenstelsel, dat onder het kabinet-Rutte II in 2015 de basisbeurs verving, neemt toe. De Tweede Kamer besloot eind vorig jaar de rente op studieleningen te verhogen, een maatregel uit het regeerakkoord die de huidige regeringspartijen CDA en ChristenUnie liever niet hadden genomen. GroenLinks, een van de partijen die aan de wieg stonden van het leenstelsel, keerde zich wegens gemor in de achterban al van ‘het gerommel met de rente’ af.

CDA en ChristenUnie hopen dat het volgende kabinet het leenstelsel afschaft. Zij vrezen dat jongeren uit leenangst ervan afzien om te gaan studeren en dat de studieschuld deze generatie ‘als een molensteen om de nek hangt’. Die vrees is niet ongegrond, blijkt uit de studie.

Door Ellen van Galen en Hanneke Keultjes