Grotendeels voorwaardelijke celstraffen voor illegale export naar Iran door Euroturbine

Geen van de veroordeelden van Euroturbine hoeft terug de cel in. Afbeelding: iStock

De rechtbank in Maastricht heeft grotendeels voorwaardelijke celstraffen opgelegd aan twee personen die namens Euroturbine uit Venlo tussen 2008 en 2010 illegaal gasturbine-onderdelen naar Iran exporteerden. De drie maakten volgens de rechtbank deel uit van een criminele organisatie.

Parviz T. (65) uit Venlo kreeg een celstraf van twaalf maanden, waarvan er elf voorwaardelijk zijn. Omdat T. al één maand in voorarrest zat, hoeft hij niet terug de cel in. Hij moet daarnaast een taakstraf van 240 uur uitvoeren. Jan H. (61) uit Weert hoeft ook niet terug de cel in. Hem legde de rechtbank een celstraf van acht maanden op, waarvan zeven voorwaardelijk. H. kreeg een taakstraf van 200 uur. Nadia H. (69) uit Roggel kreeg een taakstraf van 180 uur, waarvan een derde voorwaardelijk is.

De straffen die de rechtbank oplegde, waren flink lager dan het Openbaar Ministerie (OM) had geëist. Justitie wilde dat T. drie jaar gevangenisstraf zou krijgen. Het OM eiste twintig maanden cel voor de andere twee verdachten.

Eén van de redenen voor de rechtbank om lagere straffen uit te spreken, is het feit dat de gepleegde strafbare feiten inmiddels bijna negen jaar oud zijn. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat een voormalig directeur van het bedrijf, die ook deels bij deze feiten betrokken was, een werkstraf van 120 uur kreeg.

Dual use

Volgens de rechtbank had T. een initiërende en faciliterende rol bij de illegale export van gasturbine-onderdelen naar Iran. Daar was een vergunning voor nodig. Euroturbine wist de onderdelen via Duitsland toch zonder vergunning in Iran te krijgen. Daar gold een meldplicht voor. Euroturbine meldde dit transport niet. Het ging om zogeheten ‘dual use’-goederen. Deze producten kunnen op twee manier gebruikt worden: voor civiele toepassingen, maar in theorie ook voor het ontwikkelen van massavernietingswapens.

De rechtbank oordeelt dat de drie zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige normschending. Dit omdat de vergunningplicht is ingesteld om de ontwikkeling van kernwapens tegen te gaan. „Door dit systeem te ondermijnen en slinkse wegen te zoeken om de goederen toch zonder de vereiste vergunning in Iran te krijgen, hebben de verdachten strafbare feiten gepleegd die eigenlijk een onvoorwaardelijke celstraf rechtvaardigen”, stelt de rechtbank in haar oordeel. De rechtbank acht echter niet bewezen dat de drie wisten dat de onderdelen mogelijk voor kernwapens gebruikt zouden worden.

Het bedrijf Euroturbine kreeg een boete van een half miljoen euro opgelegd, waarvan de helft voorwaardelijk is. Een dochteronderneming in Bahrein moet een boete van 350.000 euro, waarvan de helft voorwaardelijk, betalen.

Spijt

Tijdens de rechtszaak eind vorig jaar zei Parviz T. al dat de export via Duitsland gemeld had moeten worden. Hij noemde dit de „grootste vergissing ooit gemaakt.” Ook betuigde hij spijt. Volgens T. stond Euroturbine destijds onder grote druk. Het bedrijf draaide vooral op de export met Iran en werd geconfronteerd met strengere regelgeving.

Door Daan de Hulster