Dit artikel is exclusief voor abonnees van De Limburger
Dit exclusieve artikel lezen? Doe het gratis >

De tandartsassistente vertelt: ‘Het is een geluk dat ik al mijn vingers nog heb’

Dit artikel krijg je van ons cadeau

De tandartsassistente vertelt: ‘Het is een geluk dat ik al mijn vingers nog heb’

Foto: Stefan Koopmans

Neer / Panningen / Kessel / Venlo / Hout-Blerick / Boekend / Steyl / Lomm / Arcen / Blerick / Tegelen / Velden / Belfeld -

Zij lacht naar mij, ik lach naar haar… En het is voorjaar, en het is vóóhóóhóórjaar. Omdat het altijd lente is in hun ogen, vandaag vier tandartsassistentes over riekende monden en verliefde patiënten.

De tandartsassistente vertelt: ‘Het is een geluk dat ik al mijn vingers nog heb’
Foto: Stefan Koopmans

Kim Hendrix (38), preventieassistente bij Rijnaars in Panningen

„Of wij niet snoepen? Nou… geheimpje: de kast puilt hier uit van de koekjes en snoepjes. Maar na elke pauze poetsen alle assistentes netjes de tanden met alles erop en eraan. Met flosdraad, ragers en stokers. Boven een patiënt hangen met een vies gebit of stinkende adem kan niet. Flossen en ragen moet niemand overslaan. Als je een stukje vlees een half uur buiten in de zon laat liggen, gaat dat stinken. In je mond is het 37 graden en gebeurt hetzelfde. Er komen je als assistente weleens ondefinieerbare geuren tegemoet. Soms kunnen mensen er niets aan doen, heeft het een medische reden, maar bij veel patiënten is slechte gebitsreiniging de boosdoener. We hebben zo onze trucjes om met onaangename luchtjes om te gaan. Het geeft zo’n kick als je patiënten een poetsinstructie geeft en de keer erop terugziet zonder riekende mond. Yes! Ik ben nog elke dag blij met mijn overstap van de gehandicaptenzorg naar de tandheelkunde. Niets mooier dan het vertrouwen winnen van mensen die angstig zijn voor de tandarts. Ik hoop dat de lente uit de ogen van deze tandartsassistente straalt. En patiënten die zelf prachtige kijkers hebben krijgen een extra uitgebreide poetsinstructie. Haha, als maar niet álle patiënten met een langere instructie nu verkeerde gedachten krijgen.”

De tandartsassistente vertelt: ‘Het is een geluk dat ik al mijn vingers nog heb’
Foto: Stefan Koopmans

Astrid Hendrikx (28),ortho- en preventieassistente bij Centrum voor Tandheelkunde De Wit Gebit in Kessel

„Mijn plan fysiotherapeut te worden werd verstoord toen ik een open dag bezocht van de opleiding tot tandartsassistente. Ik was meteen verkocht. En dat ben ik nog steeds. Ik werk nu tien jaar in dezelfde tandartspraktijk en ga elke dag fluitend naar mijn werk. Mijn vak is meer dan het aangeven van instrumenten aan de tandarts. Als ortho- en preventieassistente heb ik ook mijn eigen planning, stel ik patiënten op hun gemak, doe ik het voorraadbeheer en ben ik het visitekaartje van de praktijk. Weet je dat ik nog nooit een gaatje heb gehad? Het leukste aan mijn werk vind ik het als kinderen na een poetsinstructie met een schoon en gezond gebit terugkeren. Dat geeft voldoening. Nee, mijn werk is absoluut niet saai. En ook niet vies. Het is mijn taak om patiënten af te helpen van gebitsproblemen; ook als ze uit hun mond ruiken. Wat me in die tien jaar het meest is bijgebleven? Het jongetje dat met zwemmen van de glijbaan was gevallen. Zijn hele volwassen gebit lag aan gruzelementen. Zulke extremen hebben veel impact. Iets gênants heb ik gelukkig nog nooit meegemaakt, maar versierd ben ik wel. Niet door een patiënt, maar door de ICT-beheerder van de praktijk. We zijn nu acht jaar samen.”

De tandartsassistente vertelt: ‘Het is een geluk dat ik al mijn vingers nog heb’
Foto: Stefan Koopmans

Elise Buskes-Menting (43), orthodontieassistent bij Van Gemert in Venlo

„Altijd lente in de ogen van de tandartsassistente. Heerlijk lied, vooral leuk dat mijn beroep wordt opgehemeld. Toen dat lied op nummer 1 stond kwamen acht van de tien patiënten al neuriënd binnen. Patiënten in de stoel zeiden dan: ‘Ach, bij jou is het ook altijd lente’. De eerste veertig keer was het grappig, maar op een gegeven moment was ik het zo moe, dat ik zei: ‘Nou, bij mij is het ook gewoon vier seizoenen hoor!’ Haha. Over het algemeen is het wel lente bij mij. Ik ga met heel veel plezier naar mijn werk. Een tandartsassistente is een belangrijke spil in de tandartspraktijk. Zij stelt patiënten gerust. Ik krijg af en toe angstige patiënten in de stoel. Ik probeer erachter te komen waar de angst zit: achterover liggen, het gevoel te stikken, pijn of het geluid van een boor of zuiger. In dat laatste geval laat ik de patiënt eerst even het geluid horen en laat het zuigapparaatje voelen op de hand. De een-op-een interactie met de patiënten maakt het werk mooi. Ik ben ook wel eens gebeten. Het is een wonder dat ik alle vingers nog heb. Dat is het risico van het vak.”

De tandartsassistente vertelt: ‘Het is een geluk dat ik al mijn vingers nog heb’
Foto: Stefan Koopmans

Janine Wulms (25), preventieassistente bij Mondzorg Limburg in Neer

„Af en toe krijg ik Facebookberichten van patiënten: hoe het gaat en waar ik op stap ga. Ik reageer nooit. Werk is werk. En daarbij: ik ben al voorzien. Ik ben nu vier jaar tandartsassistente en zit helemaal op mijn plek. Of ik ervan droomde dit werk te gaan doen? Nee. Als kind wilde ik dierenartsassistent worden. Helaas viel deze job in de praktijk tegen. Toch heeft het me iets goeds gebracht. Want de dagen dat ik als paraveterinair de gebitten van dieren mocht schoonmaken vond ik wél leuk. Na mijn diploma besloot ik ook nog de opleiding tot tandartsassistent te volgen. Mijn plan B werd daarmee plan A. Ik heb echt de leukste baan ooit. Het werk van tandartsassistente is heel afwisselend, je assisteert echt niet alleen aan de stoel. Ik wijs patiënten op een goede mondhygiëne en stel kinderen gerust wanneer ze angst hebben voor de tandarts. Daarnaast werk ik als preventieassistente zelfstandig en heb ik mijn eigen programma. Heel soms strekt dit programma zich uit over het weekend; dan vraagt een familielid of kennis of ik eens wil kijken naar zijn pijnlijke gebit. Daar ga ik niet aan beginnen. Hebben ze kiespijn, dan adviseer ik ze contact op te nemen met de tandarts.”