'De radio is het ergste wapen dat bouwvakkers bij zich dragen'

Afbeelding: Peter Schols

Thuiswerken is fijn. De wekker gaat iets later, ik bespaar anderhalf uur reistijd, draag de ochtendjas ook in de middag en eet onbeperkt tosti’s met Hela Curry.

Fijn is ook dat ik thuis meer gedaan krijg, de tijd efficiënter benut. Geen monotoon gebrom van collega’s, alleen mijn tikkende vingers op het toetsenbord en het sputteren van de Dolce Gusto-machine. 

Tot we besloten een huis te bouwen. Nu moeten we het terrein delen met bouwvakkers. In badjas de krant uit de brievenbus vissen is er niet meer bij. Langer blijven lummelen ook niet. Om kwart over zeven is de eerste present. Omdat ik meestal toch even naar buiten glip voor een praatje en niet wil dat ze zich afvragen of ze mij bij het achteruitrijden hebben gemist, strijk ik mijn gezicht glad. En mijn kleding.

Aquarium
Privacy heb ik als thuiswerker niet meer. Ons huidige huis is een aquarium. „Ben je lekker vrij?”, vragen ze als ik de Bastogne-koeken weer eens aanvul. Toch vind ik dat gebrek aan privacy niet het ergste. Ik mag eigenlijk niet klagen. Het is echt niet zo erg dat ik bij mijn ochtendplasje vreemde urinespetters op de wc-bril vind of dat mijn uitzicht structureel wordt geblokkeerd door een bouwvakkersdecolleté. Nee, de jongens zijn heel schappelijk. Ze werken hard en er is niks mis met ze.

Op één ding na.

Na drie dagen thuiswerken mis ik het monotoon gebrom van mijn collega’s. De oorzaak? Een ander, nog vervelender, geluid. Niet het drillen van boren, het zagen van stenen of ander gereedschappelijk lawaai. De grootste herrie in de bouwput wordt veroorzaakt door de bouwradio, het schadelijkste wapen dat de mannen bij zich dragen.  

Fransie Bauer
Bij het selecteren van de bouwvakkers hebben we helaas geen rekening gehouden met de individuele muzieksmaak van de jongens. Heus, de muziek van Radio NL is prima te doen op duizend meter hoogte, een maagdelijk wit landschap en wat schnaps binnen handbereik. Maar werkend aan een artikel over genderdysforie wil je niet dat je geest wordt verruimd met muziek van Ed Nieman en Fransie Bauer. De huiskamer van het Nederlandse lied blijkt desastreus te zijn voor mijn creativiteit. ‘Mijn liefste mama door jou ben ik geboren’, ‘Ik wil je eindeloos beminnen als je begrijpt wat ik bedoel’ en ‘We gingen op vakantie met het geld van ome Jan’: het zijn niet de meest inspirerende teksten. Zeker als er eentje probeert synchroon mee te fluiten.

De bouwradio is de schrik van iedere schrijver. Het duivels instrument is met geen oordopjes te verdelgen en jaagt me van het terrein af. En niet alleen door de week. De vriend blijkt namelijk gecharmeerd van de woonwagenmuziek, de Sienekes en de Jolings. En dat stemt me niet gunstig. Mocht de elektricien vergeten de muziekboxen te installeren in de badkamer, dan heb ik daar niks mee te maken.
 

 

Door Kristel Schreurs