Taakstraf geëist tegen jongeren die spoor van vernielingen trokken door Blerick

Afbeelding: iStock

Het Openbaar Ministerie heeft woensdag voor de rechtbank in Roermond 180 uur taakstraf, waarvan 80 voorwaardelijk, geëist tegen drie jongemannen uit Venlo, Blerick en Belfeld. Ze hebben met een vierde verdachte, die later moet voorkomen, in de vroege ochtend van 27 december 2016 een spoor van vernielingen getrokken door een aantal straten in het centrum van Blerick.

Op weg naar huis, na een avond en nacht stappen in Venlo, beschadigden ze acht auto’s, molden ze brievenbussen en bloembakken en vernielden ze een scooter. De gedupeerden hebben samen voor rond de 5000 euro aan schade geclaimd. De uiteindelijke strop was enkele duizenden euro’s hoger. Dat geld heeft de verzekering vergoed.

Camerabeelden

De politie heeft de verdachten, die destijds allemaal negentien jaar waren, in januari 2017 kunnen oppakken aan de hand van getuigenverklaringen, camerabeelden en berichten op sociale media. Buurtbewoners en getuigen deelden via Facebook informatie over uiterlijk en kleding van de verdachten. Sommigen hadden vanuit hun woning gezien hoe jongeren over auto’s liepen en de spiegels van de voertuigen trapten.

De verdachten zelf maakte de dag na de vernielingen een Whatsappgroep aan waarin ze elkaar instrueerden welk verhaal ze zouden vertellen als de politie hen op het spoor zou komen. Hun weg naar huis zou niet via de straten zijn gelopen waar ze de vernielingen hadden aangebracht.

Spijt

„Van spijt was toen in elk geval nog geen sprake,” concludeerde de rechtbankvoorzitter woensdag. De drie verdachten toonden woensdag wel berouw. De verdachte uit Blerick, die zijn baan als militair is verloren door de strafzaak, bood aan alle gedupeerden zijn excuses aan voor de „emotionele en materiële schade,” die hij mee heeft aangericht.

Met het Openbaar Ministerie vinden hij en de anderen dat er sprake moet zijn van gelijke monniken, gelijke kappen. „We hebben het samen gedaan en moeten daar ook samen voor boeten.” Ook de advocaten wilden de rol van hun cliënten niet bagatelliseren. Ze vroegen de rechtbank wel hun cliënten een aanzienlijk lagere straf op te leggen. Die zou maximaal zestig uur moeten zijn. Dat de zaak pas na bijna 2,5 jaar voor de rechtbank is gebracht, zou bij de straftoemeting ook een rol moeten spelen.

De uitspraak is op 5 juni.

Door Jos Emonts
Venlo