Verklaring dochter onvoldoende voor veroordeling voor ontucht

Afbeelding: Getty Images/iStockphoto

De 51-jarige H. B. uit Wellerlooi is bij gebrek aan bewijs vrijgesproken van ontucht met zijn minderjarige dochter.

De rechtbank in Roermond stelt dat er onvoldoende bewijs is voor de ernstige beschuldiging, omdat het haar woord tegen het zijne is. Het probleem doet zich vaak voor bij zedenzaken, stelt de rechtbank. Het gevolg is dat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.

Vanaf haar vijfde

De aangifte van ontucht is gedaan door de moeder van het meisje. Zij zou vanaf haar vijfde tot haar dertiende misbruikt zijn door haar vader. B. zou daarbij het lichaam van haar seksueel zijn binnengedrongen. De officier van justitie achtte de aantijgingen tijdens de zitting bewezen, omdat de verklaring van het slachtoffer werd ondersteund door die van haar vriendin en haar mentor op school.

De advocaat van B. bepleitte daarentegen vrijspraak. Hij beweerde dat de verklaring van de dochter onbetrouwbaar was en dat er geen aanvullend bewijs was. De rechtbank is het niet met de aanklager eens. Het staat niet buiten kijf dat de vader ontucht heeft gepleegd met zijn dochter. De verklaringen van de vriendin en mentor zijn immers gebaseerd op uitlatingen van de dochter. Er is geen andere bron die bewijs kan leveren van de ontucht.

Eerder veroordeeld

De rechtbank stelt dat van B. bekend is dat hij een seksuele voorkeur heeft voor minderjarigen en dat hij eerder veroordeeld is voor zedendelicten. Het onderzoek van justitie is echter te mager om de ernstige beschuldigingen in deze zaak te bewijzen. Zo blijft, aldus de rechtbank, ‘een groot aantal vragen onbeantwoord, bijvoorbeeld over de omgang van verdachte met zijn dochter(s)’.

Nu er geen bewijs van ontucht is, heeft het slachtoffer geen recht op schadevergoeding. Geëist was 22.000 euro.

Door Peter Heesen
Bergen