Ivo’s Formule 1-blog: ‘Welke coureur mag op de meeste ondersteuning rekenen?’

Ivo Op den Camp, Formule 1-verslaggever van de Limburgse kranten, doet dit weekeinde verslag van de race in Hongarije. In deze blog vraagt hij zich af of welke coureur op de meeste ondersteuning mag rekenen.

Nee, niet Lewis Hamilton, niet Sebastian Vettel, en ook niet Max Verstappen. De coureur die tijdens de Grand Prix van Hongarije op de meeste ondersteuning mag rekenen is Robert Kubica. Het is nauwelijks voorstelbaar, want de Pool heeft een abonnement op laatste plaatsen. Hij blinkt vooral uit in het voor zich uit jagen van het Formule 1-veld, maar geniet in zijn thuisland een heldenstatus.

Het is aandoenlijk om te zien. Overal in Budapest loop je ze tegen het lijf, bijna altijd getooid met een rood-wit Pools vlaggetje in de hand met het opschrift ROBERT. Het heeft wel wat, de adoratie voor een coureur die eigenlijk bij voorbaat gedoemd is laatste te worden. Een beetje zoals de fans van Excelsior, die weten dat hun clubje nooit zal kunnen opboksen tegen het grote Feyenoord maar desondanks niet zijn weg te slaan uit het stadionnetje in Kralingen. Het zijn geen succesfans, zoals – laten we eerlijk zijn – de meeste Verstappen-aanhangers wel zijn. Een Hollands trekje wellicht, die overdreven adoratie voor een sportman, -vrouw of -ploeg die de wereldtop bestormt.

Zo rond de 40.000 Polen zijn er naar Budapest afgereisd. Naar de Hungaroring, daar waar het in 2006 allemaal begon voor Kubica; waar hij zijn debuut maakte in de Formule 1 bij BMW-Sauber als stand-in voor de ontslagen Jacques Villeneuve. Een topper in de dop, dat was Kubica. In 2008 won hij zijn eerste – en enige - Grand Prix. In de winter van 2011 maakte een horrorcrash bij de Rally van Andorra bijna een einde aan zijn leven, maar in elk geval aan zijn Formule 1-loopbaan.

Zo leek het, maar door zijn tomeloze, onverzettelijke drang om terug te keren op het hoogste podium maakte hij zich in eigen land onsterfelijk. Dit jaar is hij terug, in de Formule 1, al weet eigenlijk iedereen dat hij er niets te zoeken heeft. Zijn niet meer te herstellen hand/armblessure staat topprestaties in de weg, maar het doet niets af aan de heldendom die hij in eigen land geniet. En dus zijn er 40.000 landgenoten naar Hongarije afgereisd om eer te bewijzen aan Robert Kubica. Een prachtig gebaar, dat alleen is weggelegd voor sporters met een cultstatus. “Er zal niet veel te juichen zijn vanwege mijn prestaties, maar mijn fans zullen zich toch kostelijk vermaken.” Zo is het; mooi dat ook zoiets nog in de Formule 1 kan.

Door Ivo Op den Camp