Bijna honderd jaar oude stuw Borgharen wordt niet vervangen

De stuw bij Borgharen. Afbeelding: Harry Heuts

Rijkswaterstaat gaat de stuw bij Borgharen voorlopig niet vervangen. Uit technisch onderzoek is gebleken dat de stuw nog in goede staat is en de komende decennia nog prima kan functioneren.

Veel van de stuwcomplexen op de Maasroute tussen Borgharen en Lith zijn in het begin van de twintigste eeuw gebouwd om de Maas beter geschikt te maken voor de binnenvaart. Nu ze ongeveer honderd jaar oud zijn, naderen ze het einde van hun levensduur. Rijkswaterstaat wil de komende decennia een aantal stuwen vernieuwen. Kosten: naar schatting anderhalf miljard euro. Het verval in hoogte van de Maas is op Nederlands grondgebied 45 meter; de stuwen houden de waterstand min of meer stabiel.

Geautomatiseerd

Concrete plannen voor het renoveren van stuwen liggen nog niet op tafel. Maar nader onderzoek naar de complexen wijst uit dat de stuw van Borgharen vooralsnog niet vervangen hoeft. Niet alleen omdat de staat van het complex nog goed is, maar ook omdat de stuw van Borgharen een schuif/klepsysteem heeft dat inmiddels geautomatiseerd is. In tegenstelling tot andere stuwen die voorzien zijn van een zogeheten Poirreesysteem met jukken en schuiven, die handmatig bediend moeten worden.

Kunstwerk

De sluizen op de Maasroute zijn de afgelopen tijd allemaal gerenoveerd of aangepast om ze geschikt te maken voor grotere schepen. Zo is de sluis bij Ternaaien, net over de grens, recent compleet vernieuwd. Ook de nieuwe keersluis bij Limmel is gereed. Dit ‘kunstwerk’ dat bij hoogwater wordt ingezet was een primeur voor Rijkswaterstaat. Voor het eerst werd een project aanbesteed in de vorm van een publiek-private samenwerking waarbij aannemer Besix niet alleen verantwoordelijk wordt voor de bouw, maar ook voor de financiering en het onderhoud van de sluis over een periode van dertig jaar. Het gaat om een zogeheten DBFM-contract: Design, Build, Finance and Maintenance. Het is nog niet bekend of Rijkswaterstaat ook bij het vernieuwen van de stuwen een publiek-private samenwerking aangaat.

Om in droge tijden een minimale vaardiepte te kunnen verzekeren, werden in de jaren twintig van de vorige eeuw zes stuwen in de Maas gebouwd. Die stuwen kwamen bij Borgharen, Linne, Roermond, Belfeld, Sambeek en Grave. Tussen 1932 en 1936 kwam daar nog de stuw bij Lith bij.

Door Vikkie Bartholomeus
Maastricht