Rechter: euthanasie bij demente vrouw was geen moord

Bron © AD

Rechtbanktekening van verpleeghuisarts Catharina A. tijdens de zitting in de rechtbank van Den Haag. Afbeelding: ANP

Een voormalige verpleeghuisarts uit Den Haag die euthanasie pleegde op een demente vrouw heeft zich volgens de rechtbank niet schuldig gemaakt aan moord. De arts heeft zich aan alle voorwaarden van de wetgeving gehouden.

Ze wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. Het is de eerste keer dat een rechter zich buigt over de rol van een arts bij euthanasie op mensen met dementie. De verdachte arts was zelf niet aanwezig bij het vonnis.

Het OM wilde met het voor de rechter brengen van deze inmiddels gepensioneerde arts meer duidelijkheid krijgen over wanneer wel of niet zorgvuldig wordt gehandeld bij euthanasie op dementen en heeft dan ook geen straf geëist. Wel moet de rechter beoordelen of de arts voldoende heeft gevraagd of de doodswens nog steeds bestond en als dat niet het geval is of er dan sprake is van moord.

De rechtbank stelt in vonnis dat het Openbaar Ministerie in ieder geval het recht had om de arts te vervolgen. Volgens de rechtbank heeft de arts zich aan alle voorwaarden gehouden.

Wilsverklaring

Veel dokters hebben te maken met mensen die een wilsverklaring opstellen waarin ze aangeven dat ze euthanasie willen op het moment dat ze met dementie worden opgenomen in een verpleeghuis. Het toetsen of mensen nog steeds achter die doodswens staan als ze eenmaal dement zijn, is moeilijk.

Ook in het geval van de 74-jarige vrouw die de Haagse arts euthanaseerde in 2016 was er sprake van een euthanasieverklaring uit 2012, maar ze gaf vier jaar later wisselende signalen over haar doodswens. Volgens de arts omdat de vrouw ‘geen verleden en geen toekomst kende en geen betekenis meer kon geven aan woorden zoals dood en dementie’. ,,Er was geen bewust besef meer bij haar”, aldus de 68-jarige arts tijdens de behandeling van de rechtszaak.

Lijden

De arts heeft de overtuiging dat de vrouw leed en greep dus terug naar herhaalde wensen om niet zo verder te willen leven. Ze vertelde de rechter tijdens de rechtszaak dat ze het gesprek met de vrouw over haar wensen ook niet meer was aangegaan omdat dit haar alleen maar zou verontrusten. De familie van de demente vrouw staat achter het handelen van de arts en hebben dat tijdens de behandeling van de zaak tegenover de rechter ook benadrukt.

De arts zelf heeft via haar advocaat laten weten het een nachtmerrie te vinden om op verdenking van moord in de verdachtenbank te zitten. ,,Terwijl je naar eer en geweten hebt gehandeld.”

Omdát het OM ook overtuigd is dat de arts naar eer en geweten heeft gehandeld, is er geen straf tegen haar geëist. Wel heeft de arts volgens justitie de dunne, maar fundamentele grens overschreden door het leven te beëindigen zonder nadrukkelijk verzoek daartoe.

Door Maaike Kraaijeveld en Chris Klomp