‘Met ‘groen’ wordt vooral de kleur van bankbiljetten bedoeld’

‘De’bomen moeten tot in de hemel groeien...’ Afbeelding: Getty Images/iStockphoto

COLUMN - Volgens mijn paspoort meet ik 1.81 meter. Een groeispurt zit er niet meer in, eerder krimp.

Naarmate je ouder wordt blijft er qua lengte minder van je over. Krimp druist echter in tegen het idee dat groei altijd wenselijk, zelfs noodzakelijk is. Persoonlijke groei bijvoorbeeld. Of ik daarin ben geslaagd? Ik waag het te betwijfelen. Ik pleeg me bij tijd en wijle te gedragen als een 18-jarige en maak mezelf wijs dat er, ergens diep verborgen, nog een puber in me huist. Totdat een blik in de spiegel op een willekeurige morgen me duidelijk maakt dat die puber in elk geval qua uiterlijk goed verborgen blíjft. ‘Doorgroeien’ in je werk, ook zoiets. Waarbij meestal wordt bedoeld: klimmen op de sociale ladder, gekoppeld aan een hoger salaris en dito status. Jammerlijk gefaald op dat vlak en gezien de toekomstverwachtingen zal ik, als iemand die zich maatschappelijk gezien onderaan de voedselketen bevindt, eerder een fikse tuimeling maken. Economische groei. Het enige wat nog lijkt te tellen in een wereld waarin met ‘groen’ vooral de kleur van bankbiljetten wordt bedoeld. Op economisch vlak dienen de bomen tot in de hemel te groeien, terwijl in dit ondermaanse voor die broodnodig geachte groei bomen juist moeten wijken. Daarbij kun je beter beticht worden van het bepotelen van kinderen, dan pleiten voor een rechtvaardigere verdeling van de onnoemelijke rijkdom die nu in handen van slechts enkelen is. Een ‘socialist’ staat anno 2019 lager in aanzien dan een pederast. Ik hou me maar klein, mogelijk tegen beter weten in.

Knarf

Reageren? Frank.Heythuysen@delimburger.nl

Door Frank Heythuysen
Nederweert