‘Als mijn rechteroor het luisterwerk moet doen, wordt het een puinhoop’

Afbeelding: De Limburger

COLUMN - Sinds ik me kan herinneren zijn mijn oren een issue. Als kind lag ik om de haverklap in het ziekenhuis voor buisjes. Eén van mijn vroegste beelden is dat van mezelf in een bed met spijlen in een gang voor de operatiekamer.

Ook weet ik nog heel goed dat diezelfde oren ervoor zorgden dat zwemmen een drama was. Een B-diploma kon ik nooit halen, want ik mocht - en mag - met die gare exemplaren van mij niet onder water.

Lees ook: Geluid: een zegen, maar ook een kwelgeest

Om te voorkomen dat er ook maar één spatje vocht in kwam, moest ik zwemmen met een strakke badmuts. Dat je ook als jong kind eindeloze schaamte kunt voelen, weet ik daardoor.

Hoeveel buisjes er ook zijn ingeduwd, mijn gehoor is een probleem gebleven. Tot op de dag van vandaag doet de rechterkant maar zeer beperkt mee. In vergaderingen, aan de lunchtafel, in een café, of restaurant, of zelfs bij een zitverjaardag moet ik strategisch gaan zitten wil ik iets van het gesprek meekrijgen.

Als mijn slechte oor het luisterwerk moet doen, wordt het een puinhoop: het ding doet het niet alleen slecht, er zit ook een permanente ruis in.

In het nieuwe L-magazine brengen we een groot verhaal over ons gehoor (zie hier). Steeds meer (jonge) mensen krijgen te maken met gehoorverlies, vaak door koptelefoons of het bezoeken van concerten. De laatste jaren, sinds ik weet dat harde geluiden schadelijk zijn, let ik goed op: het volume blijft in de veilige stand, en ik heb een paar goede oordopjes voor als de muziek echt hard staat.

Eén voordeel heeft zo’n slecht oor trouwens wel. ’s Nachts kun je een kanon afschieten als ik op de goede kant lig. Luidruchtige stappers die voorbijtrekken, een snurker naast me. Het is allemaal geen enkel probleem!

Fijn weekend!

Het nieuwste exemplaar van L-magazine lees je hier

Door Marlous Flier