Dreigende teloorgang van de Gulpener Botermarkt

Op de Gulpener Botermarkt. Afbeelding: archief Heemkundevereniging Galopia

Gulpen had in de jaren dertig van de vorige eeuw een weekmarkt met een grote boterhandel.

De boterproducenten brachten hun waar in ‘korven’ naar de markt. De boter werd opgemaakt in ‘Gulpener pond’. Dit was een sierlijk, wat lang gerekte ronde vorm, ‘klotten’ genaamd. De boter lag zonder in papier gewikkeld te zijn los in de korf. Onder in de korf lag een vochtige witte doek die ook de zijkanten en de bovenkant van de boter bedekte. Een bonte blauw of rood geblokte doek kwam erboven op. Die moest vooral in de zomermaanden voor ‘afkoeling’ zorgen. De door handelaren opgekochte boter werd omgepakt in kisten.

Dreigende teloorgang van de Gulpener Botermarkt
Klotten boter in een korf. Foto: archief Heemkundevereniging Galopia

Vervanging

Omdat boter duur was, werd er al veel eerder naar een vervangmiddel gezocht. Napoleon III schreef hiervoor een prijsvraag uit. Zo werd margarine ontdekt, gemaakt uit rundvet met ontroomde melk of ondermelk. En al snel begon men de natuurboter met de goedkopere margarine te mengen.

De regering had een mengverbod ingesteld maar dreigde dit verbod nu op te heffen. Boterproducenten en handelaren waren tegen deze opheffing, want dat zou de vraag naar pure roomboter verminderen. In Gulpen werd tijdens de weekmarkt vele tonnen roomboter verhandeld en men vreesde dat er veel roomboter in Gulpen zou overblijven.

Overtollige boter

Daarom vroegen de Land- en Tuinbouw Bond en de Zelfkarnbond in een brief op 20 maart 1937 aan Den Haag dat de overtollige boter toch van regeringswege zou worden opgekocht om die dan, in plaats van margarine, aan steuntrekkenden en werklozen te geven. Het ministerie antwoordde aan de burgemeester dat het niet de bedoeling is dat de Gulpense markt zou verdwijnen en vooralsnog zou de overtollige boter worden opgekocht.

Dreigende teloorgang van de Gulpener Botermarkt
Handel in Gulpen. Foto: archief Heemkundevereniging Galopia

De handel in Gulpen, anders dan de botermarkt in Maastricht, Heerlen, Kerkrade, verkocht weinig aan particulieren maar in hoofdzaak aan handelaren en bleef dan ook nog langere tijd bestaan. In 1937 werd ruim 65.000 kilo boter verhandeld. De betere economische omstandigheden, vooral dankzij de mijnindustrie, heeft de consumptie van Gulpener boter en de Gulpener botermarkt positief beïnvloed.

Heel langzaam krijgt Gulpen toch te maken met margarine. En uiteindelijk verdwijnt de boterhandel tussen de zelfkarner en de handelaar volledig uit Gulpen.

Door Jan Somers, Heemkundevereniging Galopia