‘Ik realiseer me scherper dan ooit dat ik van een generatie ben die alleen voorspoed heeft meegemaakt’

COLUMN - De koffietafel in mijn supermarkt is weg. Hij verdween samen met het laatste restje luchtigheid over het virus.

We worden omsingeld en belaagd door een vijand die onzichtbaar en onbekend is. Ik realiseer me scherper dan ooit dat ik van een generatie ben die alleen voorspoed heeft meegemaakt – de laatste keer dat een premier de natie moest toespreken, was dat Joop den Uyl tijdens de oliecrisis, drie dagen voor mijn geboorte. Het enige dreigement waar we de laatste jaren mee moesten leren leven, was de kans op een terroristische aanslag. Toch voelde dat anders, misschien vanwege de combinatie van platte kansberekening en het zelfbedrog van de heilzame werking van voorzichtigheid.

Kansberekening

Voorzichtigheid is nu al helemaal vereist, maar lijkt nog steeds niet voldoende, en de uitkomst van kansberekening stelt deze keer allerminst gerust, daarvoor zijn de variabelen te ongewis, zoals alles. Tegenover onzichtbaar, onbekend én ongewist zijn het vooral de waarneembare, fysieke reacties die nu indruk lijken te maken, vooral wanneer ze ook nog eens symbolische waarde hebben.

Onze minister van Medische Zorg live op televisie letterlijk zien omvallen van de druk, het werk, de vermoeidheid – dat was zo’n moment.

Klappen

Uit het raam hangen samen met een deel van mijn straat, om precies om 20 uur te klappen voor de zorgmedewerkers, in de hoop dat ze straks, als dit allemaal voorbij is, net als de onderwijzers krijgen wat ze werkelijk verdienen, nu we allemaal hebben gevoeld dat ze zoveel onmisbaarder zijn dan veel beroepen die we financieel hoger aanslaan – dat was ook zo’n moment. Ook omdat het voelde als iets dat nú al lang geleden lijkt: een collectiéve daad. Maar dan collectief op de nieuwe, corona-manier. Collectief op z’n quarantaine-tijdperks: allemaal samen, vanuit ons eigen raam.

Gesprek

Maar de koffietafel in mijn supermarkt opeens niet meer zien tijdens de boodschappen: dat was al helemaal zo’n moment. Ik woon nu een jaar weer in Limburg, en die tafel staat er al sinds ik bij deze supermarkt kom, tussen het brood aan de ene kant en de koelingen met zuivel aan de andere. Er kunnen iets van acht mensen aan zitten, en soms zitten die er ook. Ze drinken de gratis koffie van de supermarkt, en soms ligt in het midden een geopend plastic pak koekjes. Nooit modern gedoe met zeezout of gepofte quinoa, altijd het old school koekwerk van pennywafels en krakelingen. Vaak lijken ze te hebben afgesproken: dan zit er eerst niemand, haal je een brood, kom je terug en opeens zit de tafel vol. Druk in gesprek, lezend in de krant, puzzelend, of gewoon kijkend naar de voorbijgangers. Als op een terras, maar dan binnen. Opvallend genoeg zit er nooit iemand koffie te drinken en op het scherm van zijn smarthpone te kijken: ook in die zin is het een beeld van vroeger in een omgeving van nu.

Volksstraatje

Het is een dorpskroeg in een supermarkt, een wijkcentrum te midden van de bonusaanbiedingen, als het laatste ouderwetse volksstraatje in een veryupte buurt.

Daarmee is de koffietafel ook het tegenovergestelde van social distance en van anderhalve meter afstand; van onze nieuwe normen in horrortijd. Dus zal geen zinnig mens betwisten dat die tafel weg moest. Tegelijk is het vooral hopen dat de koffietafel een quarantaine-variant kent.

» JOURNALIST, AUTEUR EN PRESENTATOR LEON VERDONSCHOT SCHRIJFT OVER WAT HIJ MEEMAAKT EN OBSERVEERT TUSSEN MAASTRICHT EN DE RANDSTAD

Door Leon Verdonschot