Ontsnapping huishoudster maakte eind aan overval op de pastorie van Scheulder in 1922

De pastorie in Scheulder. © Archief Heemkundevereniging Margraten

Scheulder -

Voor de rechtbank in Maastricht stonden op dinsdag 12 april 1922 de 22-jarige metselaar J.M. Steinbusch uit Berg en Terblijt en de 22-jarige metselaar H.P. Reijnaertz uit Valkenburg terecht voor afpersing en diefstal met geweldpleging in de pastorie van Scheulder. Een verslag uit het jaarboek ‘Op de Huugte 2015’ van Heemkunde Vereniging Margraten.

Frans Meijers - Heemkundevereniging Margraten

Tegen zes uur in de avond van 15 februari 1922 werd bij de pastorie aangebeld. De huishoudster, de 50-jarige Anna Maria Feijen, deed open en twee personen vroegen den pastoor te spreken. De huishoudster liet beide heren binnen. Toen de huishoudster zich bij den pastoor vervoegde, was deze er niet over te spreken dat zij op dat uur zo maar menschen binnenliet. De pastoor begaf zich naar de kamer en vroeg den mannen hem te volgen naar de studeerkamer. Daar aangekomen bleken de mannen gemaskerd. Zij richtten een revolver op den pastoor en geboden handen op. Zij vroegen geld aan den pastoor. Intusschen had een der bandieten gebeld voor de huishoudster.

Brandkast

Op het moment dat de huishoudster bij de deur aankwam, zag ze door een kier van de deur wat er aan de hand was. Op hetzelfde ogenblik werd ze door een derde gemaskerde persoon gegrepen. De bandieten haalden de sleutel van de brandkast uit de zakken van de pastoor. Eerst heeft Reijnaertz, en later Steinbusch getracht de brandkast te openen. Toen dit niet lukte hebben zij onder bedreiging met de revolver pastoor gedwongen op zijn knieën de brandkast open te maken.

Ontsnapping

Tussen de bedrijven door worstelde de huishoudster met een van de bandieten en wist zich los te rukken. Zij snelde naar buiten en riep om hulp. Toen de schurken het onraad merkten, dwongen zij de pastoor om hen aan de achterkant van de pastorie uit te laten. Een deel van de buit werd gelukkig teruggevonden zoals vermeld in het Limburgsch Dagblad van 21 februari 1922. Een van de verdachten bekende dat hij het geld had verstopt bij de ingang van de groeve aan de Daalhemmerweg in Valkenburg. Hij heeft de politie zelf naar de plek gebracht.

De rechtbank veroordeelde beide verdachten tot een gevangenisstraf van vier jaar. Dat was dus de helft van de eisch van acht jaar. Zo is ook nu weer bewezen: misdaad loont niet.

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & Nieuwsapp. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word abonnee

Meest gelezen

Gemeenteberichten