Staatssecretaris over KNMI-rapport: ‘Als we niets doen, verandert ons leven compleet’

Afbeelding: ANP / ANP

Klimaatverandering is geen abstracte materie, zegt demissionair staatssecretaris Steven van Weyenberg van Infrastructuur en Waterstaat bij de presentatie van het Klimaatsignaal’21 van het KNMI. „Als we niets doen, verandert ons leven compleet.”

Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) voorspelde maandag in een onderzoeksrapport dat de gevaren van klimaatverandering voor Nederland groter zijn geworden. Zo stijgt de zeespiegel aan de kust mogelijk sneller dan verwacht en neemt het risico op hevige buien in de zomer toe.

Geen vrolijk nieuws, zegt Van Weyenberg over het rapport , „maar het laat wel zien wat klimaatverandering nou concreet betekent. De zeespiegelstijging: wat betekent dat voor onze dijken en onze waterkeringen? En wat betekent klimaatverandering voor de stad waar ik woon, waar het in de zomer misschien wel heel warm kan worden? Het is bovendien niet iets van de toekomst.” Hij verwijst naar de overstromingen in Limburg van afgelopen zomer. „Het is al bij ons.”

Het onderzoek van het KNMI kan volgens de staatssecretaris bijdragen aan meer bewustzijn over de gevolgen van klimaatverandering voor Nederland. „Het is code rood voor het klimaat. Ook voor de kabinetsformatie. Ik ga er niet over als staatssecretaris, een van de grootste punten die bij de formatie op tafel zou moeten liggen is de vraag hoe we klimaatverandering gaan voorkomen. Én hoe we de samenleving gaan aanpassen aan de veranderingen die al bij ons zijn.”

Waterschappen

Aanpassen aan extreem weer en inspelen op de sneller stijgende zeespiegel moeten een topprioriteit worden van het nieuwe kabinet. Dat stelt de Unie van Waterschappen in reactie op het rapport van het KNMI.

„Toenemende hoosbuien en droogte betekenen niet alleen meer werk voor de waterschappen, maar ook voor het Rijk, de provincies en gemeenten. Iedereen moet vol aan de bak, zodat we ons versneld kunnen aanpassen aan de verandering. De tijd dat we water, land en bodem naar onze hand konden zetten is voorbij”, meldt voorzitter Rogier van der Sande van de Unie van Waterschappen.

Hij wijst erop dat de publicatie van het KNMI bevestigt wat de waterschappen in de praktijk al merken. „Nederland heeft in toenemende mate te maken met extreem weer. De wateroverlast in Limburg, Noord-Holland en Friesland van afgelopen zomer laten zien dat extreem weer vandaag de dag al voor problemen zorgt.”

De waterschappen lopen namelijk nu al tegen de grenzen van het watersysteem aan. „Als het weer een beetje kabbelt, kunnen wij ons werk goed doen. Maar met de extremen die we zien zoals in Limburg, of zoals met de droogte van de zomer van 2018, wordt dat moeilijker.” Van der Sande, ook dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Rijnland, vergelijkt het werk van de waterschappen met een etentje. „Als je je voorbereidt op koken voor vier of vijf mensen en er komt nog een zesde gast bij, dan lukt dat best. Maar als er ineens twintig mensen komen, dan gaat dat niet. Dat is waar wij nu tegenaan lopen.”

Lees ook: Nederland gaat klimaatverandering harder voelen, verwacht KNMI

Het betekent volgens Van der Sande simpelweg dat Nederlanders vaker last zullen hebben van bijvoorbeeld wateroverlast. „Bij extreme regenval kunnen we het water niet altijd snel wegpompen, omdat het gewoon te veel is. Het gaat dus vaker voorkomen dat je huis overstroomt. Als je een leuk parket hebt liggen, is dat na zo’n overstroming kapot. Dat is de realiteit.”

Deltacommissaris

Het is voor het laaggelegen Nederland essentieel dat de CO2-emissie overal te wereld omlaag gaat. Nederland moet daarnaast extra tempo maken met het uitvoeren van het Deltaprogramma, dat zorgt voor maatregelen tegen overstromingen, droogte en zoetwatertekorten. Dat stelt Deltacommissaris Peter Glas in een reactie op het Klimaatsignaal ‘21 dat het KNMI maandag heeft gepresenteerd. De Deltacommissaris is de regeringscommissaris voor maatregelen op het gebied van waterbeheer.

Uit het Klimaatsignaal blijkt dat de zeespiegel voor de Nederlandse kust rond 2100 tot 1,2 meter kan stijgen als de uitstoot van broeikasgassen niet afneemt. „We moeten waterkeringen versterken, de kustlijn onderhouden en zoetwatervoorraden in oppervlakte- en grondwater vasthouden. De aanpak die we tot nu toe hanteerden volstaat niet meer. We moeten bijvoorbeeld bij de ruimtelijke inrichting goed kijken waar we bouwen en wat dat voor de waterstrategie betekent”, aldus Glas.

De zeespiegel zou nog verder kunnen stijgen als het poolijs gaat smelten. Tegelijkertijd neemt de kans op watertekorten in de zomer toe, terwijl het in de winter vaker hoogwater zal zijn. Buien worden extremer en in de steden wordt het heter. Glas: „Deze inzichten vergroten de urgentie om ons nu alvast voor te bereiden. Het Deltaprogramma loopt tot 2050, maar misschien moeten we eerder klaar zijn. Er zijn ingrijpende keuzes voor het waterbeheer en de ruimtelijke ordening nodig.”

Door Redactie

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Dagelijks worden meer dan 100 Plus-artikelen gepubliceerd door de verslaggevers van De Limburger. Steun de regionale journalistiek en word digitaal abonnee vanaf 1,04 per week.

Profiteer nu