Rechtgeschreven: Gezeur, corona op kantoor en een sneeuwbalontslag

Afbeelding: archief De Limburger

Johan (*) heeft het helemaal niet naar zijn zin op het kantoor waar hij iedere dag heen moet om zijn dagelijks brood te kunnen betalen. Werkelijk helemaal niets deugt in zijn ogen aan de organisatie van het bedrijf. Daar werkt Johan nog geen jaar als hijzelf en enkele collega’s corona krijgen, in ieder geval symptomen daarvan. Een deel van het bedrijf komt stil te liggen en een ander deel gaat deels thuiswerken.

Als Johan zich na een dag of tien beter meldt, blijft die deels thuis werken. Want op kantoor is het er in zijn ogen niet beter op geworden. Als hij op een donkere wintermiddag op het werk is, komt alles weer naar boven. Een uur lang maakt hij duidelijk aan zijn collega’s wat er allemaal mis is op het werk. En hij kondigt aan dat hij de dag daarna thuis zal werken omdat hij zich op kantoor niet prettig voelt.

Zeuren

Dan komt de directeur binnen. Die zegt dat Johan niet moet zeuren. De baas haalt wat sneeuw van de straat, maakt er een bal van en legt die in de nek van een kantoorcollega van Johan. Die laatste legt de ijskoude en kletsnatte bal vervolgens in de nek van Johan met de woorden: ‘Zo, kun jij ook even afkoelen’. Johan is daar niet van gediend en vertrekt. Volgens de directeur heeft Johan geroepen: ‘Jullie zoeken het maar uit, ik vertrek’.

Johan ontkent dat. Hoe het ook zij, de directeur moet gedacht hebben: ‘Nu heb ik je te pakken’. Hij stuurt Johan namelijk een brief met de nodige verwijten, bijvoorbeeld dat die altijd kritiek heeft op het bedrijf en op de beslissingen van de directie. En dat Johan is weggelopen. De directeur schrijft dat hij ervan uitgaat dat Johan ontslag heeft genomen en dat hij die ontslagaanvraag accepteert.

Johan schrikt zich een hoedje, hij laat meteen weten dat hij helemaal geen ontslag heeft genomen toen hij vertrok. De directeur op zijn beurt, meldt dat Johan niet meer welkom is op het werk. Johan herinnert de directeur er daarna nog aan dat hij thuis op de computer voor het bedrijf heeft doorgewerkt nadat hij was vertrokken. Volgens de baas heeft Johan echter nauwelijks wat gedaan.

De zaak komt in een spoedprocedure bij de kantonrechter terecht. Johan eist achterstallig salaris en dat zijn loon wordt doorbetaald. Hij heeft tenslotte geen ontslag genomen en is ook niet ontslagen.

Lesje

De werkgever geeft in zijn vonnis een lesje goed werkgeverschap. Als een werknemer in een emotionele bui roept dat die vertrekt, dan zegt die daarmee niet dat die ontslag neemt en niet meer op het werk terugkeert, stelt de kantonrechter in het vonnis. De lat ligt voor een werkgever heel hoog, die kan er niet zonder meer van uitgaan dat een medewerker ook echt ontslag wil nemen als die dat roept. De baas heeft de plicht om na te gaan of er echt sprake is van opzegging.

Bovendien moet hij de werknemer uitleggen wat de gevolgen kunnen zijn van vrijwillig ontslag, bijvoorbeeld het verlies van het recht op een werkloosheidsuitkering. Dit alles om te voorkomen dat een werknemer zichzelf in de staart bijt door in een overmoedige bui de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

Uitspraak: Het bedrijf moet Johan keurig salaris (na)betalen.

(*)Gefingeerde naam

Door Jos Bouten

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Dagelijks worden meer dan 100 Plus-artikelen gepubliceerd door de verslaggevers van De Limburger. Steun de regionale journalistiek en word digitaal abonnee vanaf 1,04 per week.

Profiteer nu